Teelt
KLIMAAT en GROND
De grondsoort van Noord-Nederland, een combinatie van zavel en lichte
klei, maakt het gebied zeer geschikt voor de teelt van pootaardappelen.
Met name de vochtberging van deze grondsoort is uitstekend.
Door de nabijheid van de Waddenzee en Noordzee heerst er een gematigd
klimaat: geen grote temperatuurschommelingen en een gunstige hoeveelheid
neerslag (ongeveer 750-800 mm per jaar). Bovendien belemmert de matigende
temperatuursinvloed van de Waddenzee en Noordzee de ontwikkeling van luizen.
Deze factoren leveren de ideale omstandigheden op voor het telen van een
hoogwaardig product.
BOUWPLAN
In verband met aardappelmoeheid (nematoden) mogen er in Nederland slechts
één keer in de drie jaar op hetzelfde perceel aardappelen
worden geteeld. Voor de wisselbouw komt er een ander gewas, zoals bieten
of graan.
Nog vóór de oogst wordt het bouwplan voor het volgende jaar
opgezet. Hierin wordt precies aangegeven op welke delen van onze eigen
landerijen aardappelen komen en hoe veel land er gehuurd moet worden.
De ervaring heeft geleerd dat er ongeveer 60 à 70 hectare ingehuurd
en/of geruild wordt met melkveehouders en akkerbouwers in de buurt.
Verhuur van eigen land voor de teelt van tarwe of gras en een reservering
voor braakligging maken het bouwplan compleet.
RASSENKEUZE

Desiree |
Het areaal is opgebouwd uit verschillende rassen:
Desiree, Spunta,
Cilena, Santana, Ramos, Inova en Nicola. De Desiree en de Spunta
zijn zogenaamde vrije rassen, hiervoor hoeven geen kwekerslicenties
meer betaald te worden. De overige rassen zijn monopolierassen,
dus niet vrij van kwekersrechten. Ze worden geteeld in samenwerking
met Handelmaatschappij Van Rijn
en Agroplant. |
BEMESTING
Als het land niet te nat is, wordt er in de winter ongeveer 25 m3 vleesvarkendrijfmest
uitgereden over het land waarop aardappelen komen te staan. Pas na het
poten van de aardappelen wordt er kunstmest gegeven. Afhankelijk van
het ras en de hoeveelheid stikstof die nog in de grond aanwezig is,
wordt er een bemestingsplan gemaakt.
De bemesting gebeurt meestal in de vorm van ENTEC
Perfekt. Deze NPK-meststof bevat ook elementen als magnesium en
sulfaat en de sporenelementen borium en zink.
TEELT
In april of mei, als de grond droog genoeg is, wordt het land met
een kopeg of een frees voorbereid voor de pootmachine. De perfecte uitgangssituatie
is een egale diepte van 8 à 10 cm losse grond.
Vervolgens wordt er gepoot met een snarenbed-pootmachine. Het voordeel
van deze machine is dat er een hoge dagelijkse pootcapaciteit wordt
gehaald zonder veel beschadiging van de kiemen. De machine maakt kleine
ruggen, waarin de poters worden gezet. Tijdens het poten wordt er in
de rug een middel gespoten tegen Rhizoctonia (Rhizoctonia solani). Bij
sommige rassen in de hogere klassen wordt met een insecticide gespoten
tegen virusoverbrengende insecten.
Na ongeveer 2-3 weken (als de eerste kiemen boven de grond komen) worden
de ruggen aangeaard met een rijenfrees. Hierdoor hoeft er niet tegen
onkruid gespoten te worden; het onkruid wordt mechanisch verwijderd.
Als de meeste aardappelen dan weer boven de grond staan, wordt de Phytophthora
(Phytophthora infestans)bestreden. Afhankelijk van het weer en de groeisnelheid
van het gewas wordt tegen Phytophthora gespoten. In de praktijk wordt
er om de 7 à 10 dagen gespoten met steeds wisselende middelen
en concentraties.
Vanaf begin juni wordt het gewas regelmatig geselecteerd. Er wordt (lopend)
gezocht naar zieke planten (besmetting met virus of bacterie), naar
vermenging (een ander ras) of gemuteerde planten. Zieke of verkeerde
planten worden verwijderd. Als vanaf eind juli de nieuwe aardappelen
voldoen aan de gewenste maat (meestal 35/55 mm), wordt het loof van
de aardappelen afgehaald met een loofklapper en vervolgens binnen één
week doodgespoten. Daarna kunnen de aardappelen nog eens twee weken
afrijpen. Een moderne, zelfrijdende, tweerijige bunkerrooimachine haalt
de aardappelen uit de grond. Zowel het rooien als het transport geschiedt
in eigen beheer.
OPSLAG
In de opslag worden de aardappelen op een verantwoorde wijze mechanisch
gedroogd. Daarna worden ze gekoeld tot ongeveer 6°C.
Inmiddels zijn van alle aardappelen monsters genomen en zijn deze gecontroleerd
op de aanwezigheid van de bruinrotbacterie.
Na sortering, die onder externe controle plaatsvindt, kan de export
beginnen.
Het hele proces van de pootaardappelteelt staat, zoals in Nederland
verplicht is, onder strenge controle van de keuringsdienst NAK.
AFLEVERING
Tijdens de wintermaanden worden de aardappelen gesorteerd in
verschillende maten. De meest voorkomende maat is 35/55 mm, maar
als de klant een andere maat wenst, kan dat ook. Vervolgens worden
ze gelezen. Dat wil zeggen dat zieke en beschadigde knollen, kluiten
grond en andere onregelmatigheden handmatig worden verwijderd.
|

Het “lezen” van de aardappelen is handwerk |

De verpakkingsinstallatie |
Als laatste handeling voor transport worden de aardappelen
verpakt in jute zakken of in polypropyleen netzakken van 25 kg of
50 kg. Deze worden automatisch op pallets gestapeld. Desgewenst
worden de volle pallets gewikkeld in folie. Ook is het mogelijk
de aardappelen in jumbozakken van 1000, 1100 of 1250 kg af te leveren
of in bulk, los in de vrachtwagen. |
PRODUCTBESCHERMING
Indien gewenst krijgen de aardappelen voor het verpakken een behandeling
met Lirotect Super (imazalil + thiabendazool) tegen zilverschurft en
fusarium.
Dutch Potatoes is gecertificeerd voor EUREPGAP - een garantie dat het
product op een verantwoorde wijze is geteeld. De controle hiervoor wordt
uitgevoerd door SGS-agro
 |
Het laden van een container met de heftruck |
|